Doorgaan naar hoofdcontent

Klaar!

 

“Juf, ik ben klaar…”, vertelde deze jongen mij terwijl hij opsprong om weer in beweging te komen. Hij had een paar minuten aan zijn tekening gewerkt in de stilteles, zittend op zijn knieen in de gymzaal van een Limburgse basisschool. En vond het wel genoeg. Terwijl de andere kinderen nog het juiste kleurpotlood aan het uitzoeken waren, had hij met zwart een cirkel getekend op zijn papier. “Het is toch goed zo?” En hij keek me vragend aan terwijl ik naast hem was komen zitten. “Je bent bij deze opdracht pas klaar, als je niet meer denkt dat je klaar bent”, antwoordde ik hem met een glimlach. En warempel, hij pakte weer zijn potlood op en ging verder.

“Dat is de vuca-world”, vertelde mijn man mij bij thuiskomst, toen ik verslag uitbracht van deze les. VUCA is een acroniem voor volatility, uncertainty, complexity en ambiguity. En beschrijft de veranderende wereld waarin wij ons op dit moment in bevinden. En hij gaf wat voorbeelden uit zijn eigen klas. Waaruit bleek hoe groot de vluchtigheid is waarin we leven en de moeite die we hebben om onze aandacht ergens bij te houden. Of ons plan te voltooien. En ik herinnerde me hoe vaak het wel voorkomt, dat  ik met iemand denk een afspraak te hebben en die is het vervolgens vergeten. “Zo druk in mijn hoofd de laatste tijd… sorry.” Of die keer dat ik ’s morgens een berichtje kreeg van een ouder die graag haar kind wilde laten deelnemen aan de les. Het liefst meteen vandaag, want ze had het nodig. ’s Middags kwam het meisje toch niet opdagen. Ze waren het vergeten.

En ik herken het maar al te goed. Het gevoel om heel wat ballen tegelijk in de lucht te houden, een overvolle agenda en een gevoel dat je altijd tijd te kort komt. Dat leidt bij mij tot onrust. Het wordt dan lastiger om mijn aandacht ergens bij te houden, te herinneren dat mijn beste vriendin jarig is  en te beseffen aan het eind van de dag, dat ik weliswaar heel veel had gedaan. Maar dat het nergens toe had geleid. Wat dan helpt is: alles uit je handen laten vallen, op het meditatiekussentje zitten en diep naar binnen keren. De helderheid van denken neemt hiermee toe. Het gevoel om te leven en niet geleefd te worden ook.

Terug naar de stilteles. “Hoor hoe het potlood het papier raakt”, opperde ik bij de volgende tekenopdracht: een spiraal tekenen. Het werd steeds stiller, terwijl de spiralen ontstonden op het papier. Eerst van binnen, naar buiten en dan over dezelfde lijn weer terug. Keer op keer. Je ogen volgen de lijn. Maar kun je het ook met je andere hand? Of met je ogen dicht? Langzamerhand keerden de kinderen steeds meer naar binnen, in hun eigen wereld. Niet meer bezig met wat de andere kinderen deden, of de regen die tikte op het dak van de gymzaal. Maar waren ze nu wel klaar?

“Juf, het leek wel een hypnose, ik vond het echt heel fijn”, vertelde iemand na afloop. Terwijl we in de kring onderzochten wat deze tekenoefeningen met ons hadden gedaan. Er waren ook kinderen die na afloop het liefst eerst even een rondje wilde rennen, ze hadden lang genoeg stil gezeten. En toen kwam de jongen, die in eerste instantie al snel vond dat hij klaar was: “Weet je, ik snap nu wat je bedoelt. Toen je zei dat je pas klaar bent, als je niet meer denkt dat je klaar bent…” De anderen keken hem verwachtingsvol aan: “Ja, ik dacht gewoon helemaal niet meer. Ik ging helemaal op in de tekening.” “Kunt u niet wat vaker komen?”

Reacties

Populaire posts van deze blog

Rood haar is varkenshaar en varkenshaar dat stinkt

"En dan ging ik op zaterdagavond na de disco met de bus naar huis. De bus zat vol dronken jongeren. En als ze mij in de gaten kregen, begonnen ze dus te zingen: Rood haar is varkenshaar en varkenshaar dat stinkt." "Wat deed je dan pap?", vroeg dochter Rosalie die vol aandacht zat te luisteren. "Nou, ik zong gewoon mee en deed alsof het niet over mij ging." Ze kroop bij haar vader op schoot en woelde met haar handen door zijn wilde krullen, die helaas niet meer zo rood waren als toen. "Gewoon negeren dus", was haar conclusie. Maar gold dat ook voor Simon de Pimon en Rosie Poepedosie? "Ze noemden me vandaag Simon de Pimon", wist deze jongeman mij te vertellen met een verongelijkt gezicht. En de tranen stonden in zijn ogen. Zijn moeder had mij gevraagd om hem te begeleiden. Hij werd gepest op school en daar leed hij zichtbaar onder. Blijkbaar werd hij geraakt door deze bijnaam, die in mijn ogen nog onschuldig was. Vaak heeft het gev

Hansje Pansje Kevertje

  “Ha Angela, fijn dat je er bent…”, riep mijn collega terwijl ze me al tegemoet liep. Ze keek wat zorgelijk en vervolgde: “Ja, ik weet het gewoon even niet meer. Hij doet andere kinderen pijn, slaat en schopt ook mij en gisteren trok hij de deur zo hard dicht dat de klok van de muur op de grond kapot viel. Fijn dat je er even een uurtje bij kunt zijn.” Achter haar stond de jongeman (net 8 jaar oud) in kwestie. Op zijn hoofd een petje, felroze kauwgom in zijn mond (waarmee hij van die grote bellen maakte) en een uitdagende blik in de ogen. Hij had alles gehoord. “Who let de dog out, tamtam tam tam.”, schreeuwde hij terwijl hij in de gymzaal op een bank stond. Hij maakte er bewegingen bij die meer passend zouden zijn bij een rapper van 16. Vlak daarvoor had hij al een paar kinderen aan het huilen gebracht. De tijd van observeren was voorbij en ik besloot een bewegingsspel te gaan doen. Hij hield wel van tikkertje, maar wilde niet de tikker zijn. En wilde ook niet getikt worden. Alles